Ik stap van de bus, moedig en onverschrokken en een beetje moe zoals altijd, en ik zie daar in ‘t midden van den trottoir een vreemde persoon staan. En gewoonlijk laat ik mij dan niet uit het loodje slaan, ik heb al veel vreemde verschijningen gezien, maar nu gaat het hier toch wel om een érg apart exemplaar. Deze man heeft grote oren, grote ogen en een grote mond. En klauwen in de plaats van handen.
Hij staat daar zomaar een krant te lezen, terwijl ik een beetje ongemakkelijk voorbijschuifel. Ik ben op weg naar huis, twee straten verderop, en loop haastig door. Het is nogal grauw en donker weer, en het is muisstil. Op het einde van de straat kijk ik nog even achterom, om mezelf gerust te stellen dat alle gevaar geweken is.
De vreemde meneer staat vlak achter mij, de enorme hoektanden schitteren in de duisternis en de uitpuilende ogen kijken me hongerig aan. Een toevallige voorbijganger blijft staan bij het zien van dit ongewone tafereel, en haalt dan prompt een ouderwetse ghettoblaster uit zijn rugzak, en laat een griezelig oud kermismuziekje horen. Aan de overkant van de straat slentert een huilende clown over de kille stenen, en verdwijnt dan in de plotselinge dichte mist.
Het monster doet zijn grote gevaarlijke mond open, en spreekt tot mij: “Weet jij hoe laat het is?” Het kost me heel wat moeite, maar ik blijf dapper. “Nee”, zeg ik, “maar ik weet wel het getal van Avogadro.” En daar was het beest ook blij mee.
Eind goed, al goed.
20 maart, 2008 at 7:59 pm
Dat zal wel dat jij het getal van Avogadro kent, 6,02214 ×10^23 mol^-1.
Als je dat wist dan zou je dat er wel hebben bijgezet, zeker met uw latex-mogelijkheden…