‘Neem allemaal uw agenda, en schrijf daarin dat we vandaag alweer niks gaan doen.’ zei de juf tegen de klas. Amper twee kindjes kropen in hun boekentas, dwaalden er dan gedurende een minuutje in rond, en kropen er weer uit, agenda in de hand. De rest van de klas keek versuft in het rond. Het was zo een van die typische warme slome dagen, waarop niemand zin heeft om te werken en iedereen naar buiten wil, omdat daar een aangenaam zonnetje schijnt.
Ik keek door het raam naar buiten, en voor de zesde keer die dag ordende ik mijn pennenzak. Wanneer ik daarmee klaar was, legde ik lui mijn hoofd op de bank en sloot ik mijn ogen. Vijf minuten later werd er twee keer kort op de deur geklopt. Ik werd wakker, en zag de juf haastig haar krant verstoppen. Er heerste plotseling een bedeesde onrust in de klas, waarschijnlijk vanwege deze onverwachte gebeurtenis, bedacht ik.
De deur ging luid knarsend open, en de directeur stapte kordaat naar binnen. In kostuum, met glimmende schoenen, handen op de rug, kin hoog in de lucht, een belangrijke uitdrukking op het gezicht. Nu de oorzaak van het mysterieuze geklop op de deur bekend was, verloor de klas onmiddellijk alle aandacht en interesse en verzonk ze alweer in dezelfde apathische toestand als voorheen. Dat bleek niet naar de directeur zijn zin te zijn.
‘Willen jullie wel eens rechtstaan als ik binnenkom! Mevrouw Strijkplankmans, het wordt hoog tijd dat ge die leerlingen van u eens wat beleefdheid en discipline bijbrengt. Zie ze daar zitten, die hoop achterlijke kijkbuiskinderen…’ De juf wist niet veel uit te brengen, maar gebaarde naar de klas om recht te staan. ‘Is dat nu zo moeilijk?’ vroeg de directeur. Ik besefte dat dit als een retorische vraag bedoeld was, en hield dan ook wijselijk mijn mond.
Even later, na tien tellen nutteloos rechtstaan zei de directeur dat we terug mochten gaan zitten, en dan begon hij op fluistertoon tegen de juf te praten. Ik kroop moeizaam terug op mijn stoel, en keek nogmaals de klas rond. Iedereen staarde een beetje slecht gezind en verontwaardigd naar zijn bank. Vooraan in de klas ging het gefezel van de directeur tegen de juf nog een kwartier door. Daarna stapte de directeur het lokaal uit. Op het moment dat hij de deur achter zich sloot, leek de rust en de stilte, de slome onbezorgde sfeer te zijn teruggekeerd in het lokaal.
Maar niet voor lang, want Mevrouw Strijkplankmans stond recht, schraapte haar keel, en vroeg de aandacht van de klas. ‘Het is alweer even geleden dat ik nog eens een testje heb gedaan, en bovendien heb ik geen zin om les te geven op deze mooie dag, dus neem allemaal maar een blaadje papier en schrijf daarop uw naam, klas, en de datum. Bovenaan het blad schrijf je Overhoring: kansdichtheidsfuncties en stochastische variabelen. En vergeet geen kantlijn! Ik schrijf de vragen op het bord…’ en met deze woorden keerde ze zich naar het bord toe.
De klas stond ondertussen in rep en roer. Er heerste grote paniek. Overal klonken jammerklachten, en leerlingen vielen van hun stoel op de grond en bleven dan levenloos liggen. Helemaal achter in de klas begon iemand luid te roepen, schuim op de mond, de ogen rolden wild in hun kassen. Op een andere plaats was er ondertussen als het ware een burgeroorlog uitgebroken. Er werd met grafische rekenmachines naar elkaars kop gegooid en er werd wild in het rond gezwaaid met passers.
Niet ver naast mij kreeg iemand een stevige duw en hij viel achterover. Zijn hoofd kraakte luid wanneer het keihard op de stenen vloer kwakte. Een grote plas bloed breidde zich uit onder de stoelen en banken doorheen het klaslokaal. Iemand met een geodriehoek in de buik strompelde naar mijn bank toe. Onderweg zakte hij in elkaar, en werd dan meedogenloos vertrappeld door een voorbijstormende bende vechtjassen.
Ondertussen bij het bord was de juf klaar met het opschrijven van de vragen voor de test. Ze trok er een grote streep onder en draaide zich om. Een vlijmscherp slagersmes doorsneed haar keel, terwijl een precieze passerpunt haar oogbol doorprikte…
Alzo kregen we de rest van de middag vrijaf, zodat we buiten van het gezellige zomerweer konden genieten, en het alsnog een fijne dag werd.